web-log.nl, powered by TypePad

« DE KRAVATTENDRAGERS | Hoofdmenu | OP BEDEVAART »

JEAN-LOUIS S

Jean-Louis S woont al elf jaar in de Termietenstraat, nummer 9. Hij is ongehuwd, woont zelfstandig zoals dat tegenwoordig heet en heeft een rare hobby. Hij heeft geen hond, maar eet wel vlees, het liefst van al paté of préparé. Beide woorden leerde hij pas sinds kort uit te spreken zonder kakenrood, vroeger bestelde hij honderd grammen van dit en honderd grammen van dat, en twee van de die daar. Vroeger, dat was in de tijd dat alles nog rechtstreeks in franken geprijsd stond en een postzegel een postzegel was. Nu moet alles omgerekend worden door wie van hier is, en wie niet van hier is hoort hier niet, zo zegt Diederik tenminste, - en ik ook niet, voeg ik daar preventief maar graag aan toe. Jean-Louis is daar ook redelijk punctueel in, hij heeft altijd een mes op zak, soms vergeet hij het thuis, maar dat is niet erg, niemand weet het. Ik geef een voorbeeld: een droog worstje kost nu 1 euro en vroeger kostte dat 20 frank, dat klopt dus niet. En al van oudsher kost een mooi huis 300.000 frank, nu evenveel, maar in euro’s. Dan draait Jean-Louis het mes in zijn zak om en om, en bijt hij op zijn tanden, maar ook dan durft hij niets te zeggen. Valt andere mensen dat niet op, vraagt hij zich dan af. Ik tik hem op de schouder en zeg: de masochisten links, de sadisten rechts, en de kerk in het midden. Waarop hij dan weer: jaja. (En dan is een mens uitgepraat natuurlijk.)

   

Hij volgt iedere dag op tv twee verschillende nieuwsuitzendingen, van begin tot einde, en vaak, als hij niet kan slapen bijvoorbeeld, ook een aantal heruitzendingen. Veel verstaat hij er wel niet van, maar hij spreekt daar met niemand over, wat zou hij, zijn moeder stierf twintig jaar geleden en van zijn vader herinnert hij zich het bestaan niet eens. Hij rijdt zelf geen auto, maar verplaatst zich graag en veel met het openbaar vervoer, maar waarom eigenlijk? Driemaal per week gaat hij ergens heen, loopt daar uren rond, en keert dan terug, moe, maar tevree. Ja, in Vlaanderen heeft de Heer zijn getal probleemloos gehaald, maar nu is er weer een geval van massamoord. (Loksbergen, - zelf heb ik nog op Heidebergen gewoond, dat gelijkt er een beetje op, maar het was wel in Latem, alhoewel.)

   

Het begon in 1986. Een nieuwe winkel opent zijn deuren waar vroeger Albert superbazaar hield. Evengoed hadden ze de oude winkel kunnen afbreken zoveel kosten werden eraan gedaan, van het mooie lusthoveken aan de overkant van de straat hebben ze zelfs een geasfalteerde parking gemaakt, en men is nu verplicht ook zijn fiets daar te zetten, niet gemakkelijk en zeker niet handig, maar als ge het niet doet bellen ze de politie. De voordeur gaat vanzelf open, - dat moet ge zien, riep Rachel, toen ze het zelf voor de eerste keer zag. Ze kon niet stil praten, had nog maar weinig meegemaakt en al helemaal niets te vertellen. Ja, zei Alfons, haar broer, dat is waar, en hij vulde de koffer van zijn blauwe Renault Pipo die op naam van zijn moeder stond met van alles dat ze vroeger niet kochten en zelfs het bestaan niet van afwisten: een strijkplank met ingebouwd droogrek, een pak spaghetti met een zilverpapieren zakje tomatensaus en geraspte kaas uit de bergen inclusief twee gratis recepten. (Zo: water aan de kook brengen, spaghetti ingooien, zakjes saus en kaas van hetzelfde laken. Wacht zes minuten en de spaghetti is klaar, de saus warm en de kaas gesmolten, nog twee minuten en alles is op. Een koe melken duurt langer.) Maar zo gaat dat, in de nieuwe winkel was alles voorzien op huishoudens van vier mensen, ook de bloemkolen. Die winkelier gaat het nog ver schoppen, crisis of niet. Boefen tot ge ontplofte moest ge voortaan in dat dorp, en dan was wat overbleef nog teveel voor de kippen, de eieren smaakten ernaar. Naargelang wat er in promotie was veranderden de kiekens in het dorp zelfs van kleur: gehaktballen in tomatensaus en alle kiekens liepen er bij met een rode kop, spinazie en ze lachten groen, spruiten en wat overbleef van de beestjes waren de pluimen, en toen de eerste kleurentelevisies opgang maakten stierven er meer konijnen aan de gevreesde oogziekte myxomatose dan van ouderdom. Maar om nu te beweren dat Rachel achterlijk was, neen, - ik citeer haar even letterlijk: als we koken moeten we altijd een venster openzetten, anders hebben we geen lucht meer en kunnen we ook niet meer naar buiten kijken, want de ruiten beslagen dan helemaal.

   

Huis aan huis had de nieuwe winkelier eigenhandig reclame bedeeld, en de dag der opening was er zoveel gratis geweest voor iedereen dat het in geen twee tassen te dragen viel. Er zat ook een kam bij die opplooibaar was, en het steeltje bleek bij nader inzien een stylo te zijn, of wat te denken van de postkaart waar geluid uitkwam! (Daar is zelfs nog miserie van gekomen, toen bij het overlijden van Maria Deps Alfons zijn medeleven had betuigd op zo’n kaart. Achteraan de kerk, bij het binnenkomen, want bij de tjeeven is het allemaal langs achter te doen, gooit hij zijn kaart in het voorziene mandje, en lap: de vogeltjesdans. Hij neemt de kaart terug, schud er eens goed mee, gooit ze weer in het mandje: Tsjip tsjip tsjip. Drie keer tereke hetzelfde lolletje, boze blikken à volonté. Hij trekt er het mechaniekske uit, maar dat valt uit zijn poten en rolt ergens waar geen mens er nog bij kan. Het was al na middernacht als in de Sint Leonarduskerk de laatste keer de vogeltjesdans weerklonk.) Nieuwe zeden, nieuwe woorden: grandioos, fantastisch, uniek, abracadabra al deze folderwoorden zorgden voor onverwacht vertier. Tien jaar geleden was dit dorp een door God verlaten incestueus nest, nu woonde er een dokter die zijn handen niet thuis kon houden.

   

De eerste aanbiedingen op gedrukt papier van de nieuwe winkel waren adembenemend, en iedereen kocht alles. Zo ook de tweede, de derde en de vierde week, toen begon het te minderen, maar niet bij Jean-Louis, integendeel. Mijn moeder is dood, mijn vader evenmin, sprak hij tot zichzelf, en alras bracht hij een groot deel van zijn dagen door met het aansjouwen van aanbiedingen. Dit was de winkelier niet ontgaan en omdat in dit land zelfs een simpele klant koning is (en de eerste de beste dwazekloot minister van om het even wat) ontving Jean-Louis meer en andere reclame dan zijn dorpsgenoten. Hij had al vier stofzuigers, maar geen zakken, een waterverzachtingsinstallatie, negen haardrogers, mixers in alle kleuren van de regenboog, maar evenzeer 200 pakken volkoren beschuiten, anderhalve kubieke meter toiletpapier en duizend pampers, kortom, heel zijn hangaar stond volgestapeld met de meest uiteenlopende waar. In de winkel werd hij begroet als mijnheer Jean-Louis, de rest van het dorp bekeek hem met de nek, maar ja.

 

Jean-Louis S is nu 63 jaar, in het beste geval nog twintig te gaan, wat valt er dus nog meer te vertellen over hem? Zwijg dan, zegt u. Doe ik.